Ga ook biologisch tuinieren met deze 10 praktische tips

Helga Kluiter
|
25/01/2023
lieveheersbeestjes

Bij biologisch tuinieren gaat het erom zo natuurlijk mogelijk te werken. Dat is beter voor de bodem, het klimaat, de biodiversiteit én voor je planten. Het is echt heel makkelijk om ermee te beginnen en met de tips in dit artikel kun je meteen biologisch beginnen.

Verschil tussen ecologisch en biologisch tuinieren

Het Engelse woord ‘organic’ is te vertalen als ‘biologisch’. Maar in het Nederlands betekent ‘organisch’ slechts dat iets van planten of dieren afkomstig is. En dat is niet per definitie biologisch. Snap je het nog?

Eenvoudig gesteld kun je het beste het volgende onthouden:

  • Biologisch tuinieren is een manier van tuinieren die rekening houdt met planten, dieren en mensen. Denk aan het achterwege laten van chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest, en het inzetten van natuurlijke vijanden.
  • Ecologisch tuinieren gaat nog wat verder dan biologisch tuinieren, omdat daarbij het hele ecosysteem op de eerste plaats komt. Alles wat de bodem, het water en de lucht kan schaden, wordt vermeden.

10x biologisch tuinieren

Met deze 10 tips wordt biologisch tuinieren een fluitje van een cent:

1. Composteren en nog eens composteren

biologisch tuinieren: compost maken

Wat je ook kweekt in je tuin, een gezonde grond is de basis van een mooie tuin. Organisch materiaal, zoals compost en goed verteerde dierlijke mest, voegt humus toe aan de grond. Daardoor verbeter je de structuur en vruchtbaarheid van de bodem, houd de grond vocht beter vast en trek je meer wormen aan.

Dierlijke mest kost geld en moet erg goed verteerd zijn voor je het aan de grond toevoegt. Maar compost die je zelf maakt is gratis! Gebruik zoveel mogelijk compostvaten, pallets of bakken die nog in je tuin passen en vul ze met een mix van groen en bruin materiaal. Keer de hoop regelmatig en gebruik het na een jaar als mulch.

Tip! Geen zelfgemaakte compost voorhanden? Wij zijn fan van de mestcompost en tuinaarde-compost van Bio-Kultura.

2. Onkruid wieden: vaak en kleine beetjes

Onkruid wieden: schoffelen

Ook bij biologisch tuinieren ontkom je niet aan onkruid wieden. Als je gewend was om met onkruidverdelger te werken, lijkt het in het begin veel werk om onkruid met de hand te moeten verwijderen. Maar dat valt echt mee. De truc is om het onkruid niet te groot te laten worden. Wied regelmatig de zaailingen weg, dan heb je er maar weinig werk aan. Laat je ze te groot worden en lange penwortels ontwikkelen, dan zal deze klus een stuk zwaarder zijn.

Maar onkruid wieden is niet de enige manier om onkruid tegen te gaan. Door te mulchen onneem je onkruid het licht, zodat het niet kan groeien. Probeer eens een laag karton over de grond te leggen en bedek dit met een dikke laag compost. In de moestuin kun je met een groenbemester aan het eind van het seizoen ook veel onkruid tegenhouden en tegelijkertijd de grond voeden.

3. Plant goede buren

biologisch tuinieren: afrikaantjes tegen aaltjes

Zogeheten ‘goede buren‘ in de tuin zijn combinaties van planten die elkaar helpen. Ze kunnen bijvoorbeeld plagen verwarren of de juiste insecten lokken. Door uien en wortelen samen te planten, verwar je zowel de wortelvlieg als de uienvlieg. En met afrikaantjes houd je aaltjes weg van je tomatenplanten. Ook zijn er plantencombinaties die elkaar voeden. Bonen produceren bijvoorbeeld stikstof voor planten als kool en sla. Plant die dus bij elkaar.

4. Gebruik wisselteelt

wisselteelt in de moestuin

Als je in de moestuin elk jaar dezelfde gewassen op hetzelfde stukje grond teelt, kan de grond uitgeput raken. Ook krijgen ziekten en plagen meer kans om toe te slaan. Door goed te bedenken wat je op welke plek kweekt en dat elk jaar af te wisselen, kun je problemen voorkomen. De volgorde waarin je roteert is belangrijk. Dankzij een wisselteeltschema zie je precies hoe je dit het beste kunt aanpakken.

5. Plagen? Raak niet te snel in paniek

biologisch tuinieren: plagen natuurlijk bestrijden

Het is onvermijdelijk dat je planten af en toe bladluizen of rupsen aantrekken. Als je eerste reactie is om naar de spuitbus met insecticiden te grijpen: niet doen! Tuinplagen, zoals luizen, rupsen, slakken of bladmineerders, staan onderaan de voedselketen. Zij vormen het voedsel voor dieren zoals egels, kikkers, vogels, roofkevers, lieveheersbeestjes en sluipwespen. Haal je de plaag weg, dan hebben nuttige tuindieren geen voedsel meer. En als er geen kleine rovertjes zijn om je plagen aan te pakken, sta je er alleen voor.

Het is dus even lastig in het begin, maar haal even rustig adem als je de eerste tekenen van plagen ziet. Roofdieren zullen je al snel te hulp schieten. Kijk goed, en je zult versteld staan van wat er allemaal naar jouw tuin komt voor een kostelijk maaltje.

6. Maak je eigen plantenvoeding

Brandnetelgier verdunnen

Planten hebben de juiste balans van stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) nodig om goed te kunnen groeien en bloeien. Bemesten dus. Maar kunstmest is van nature zout en verbetert de bodemstructuur niet. Bovendien kost het veel energie om kunstmest te maken.

Gelukkig zijn er veel alternatieven voor kunstmest. En als je zelf plantenvoeding maakt, heb je altijd gratis en voor niets een oppepper voor je planten bij de hand. Van brandnetels of smeerwortel maak je makkelijk je eigen plantenvoeding. Laat de planten drie weken in water trekken en zeef en verdun je gier vervolgens. Brandnetelgier is stikstofrijk (goed voor bladplanten), terwijl smeerwortelgier kaliumrijk is (goed voor bloeiende planten).

7. Gebruik mulch

Mulch aanbrengen rondom fruitstruiken

Zoals eerder gezegd werkt een laag mulch goed tegen onkruid. Maar het houdt ook meer vocht vast in de grond en voedt de bodem. Mulchen is voor het biologisch tuinieren eigenlijk onmisbaar. Er zijn veel soorten mulch waaruit je kunt kiezen (zoals compost, bladaarde, steentjes of boomschorssnippers) met allemaal hun eigen voor- en nadelen.

8. Biologisch tuinieren in verhoogde bedden

verhoogd bed aanleggen

Overweeg om je planten in verhoogde bedden te zetten in plaats van direct in de grond. Verhoogde bedden zijn makkelijker om te bewerken en onkruidvrij te houden. En als je tuingrond matig is, kun je met een verhoogd bed de kwaliteit van de grond beter onder controle houden.

9. Observeer je tuin goed

biologisch tuinieren: wilde bijen

Als je biologisch tuiniert, geef dan ook je ogen regelmatig de kost. Door je tuin te observeren, leer je beter begrijpen hoe je tuin als geheel functioneert. Welke diertjes vinden de vogels in jouw tuin? Wat voor soort onkruid groeit er en wat zegt dit over de kwaliteit van jouw grond? Komen er genoeg wilde bijen op bezoek? Als je goed kijkt, zie je problemen meteen en kun je sneller maatregelen nemen.

10. Slakken bestrijden zonder slakkenkorrels

hosta's slakken voorkomen kopertape

Het ene jaar heb je veel last van slakken terwijl het andere jaar wel meevalt. In een goed jaar zul je dus weinig problemen met ze hebben, terwijl in een slecht jaar je zaailingen verworden tot zielige, kale steeltjes. De meeste schade in tuinen wordt aangericht door bepaalde soorten naaktslakken. Huisjesslakken ruimen vooral dode plantenresten op.

Gebruik geen slakkenkorrels (ook geen biologische), want die doden beide slakkensoorten en verstoren de voedselketen. Bovendien kunnen de korrels ook de wormenpopulatie aantasten. Beter kun je gevoelige planten met barrières van bijvoorbeeld kopertape beschermen, of desnoods planten kiezen waar slakken niet van houden.

Meer biologisch tuinieren

Dit artikel is geschreven door de onafhankelijke redactie van Gardeners’ World. Het bevat gesponsorde links en wij ontvangen hiervoor een vergoeding. Hierdoor kunnen we je ook in de toekomst blijven voorzien van de beste tuintips en stap-voor-stap uitleg zodat je tuin er het hele jaar prachtig bijligt.

Helga KluiterKon vroeger nog geen vetplantje in leven houden, maar heeft als laatbloeier toch nog groene vingers ontwikkeld – waarmee ze ook stukjes typt voor Gardeners' World.
Magazine van Gardeners’ World 02/2023

Gardeners’ World 02/2023

Bestel nu