Zaailing of onkruid? Zo wied je nooit meer de verkeerde plant
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Het is hét dilemma waar elke tuinier ooit mee te maken krijgt: is die opkomende zaailing onkruid of een plantje dat je zelf hebt gezaaid? Stop met gokken, want met ons slimme stappenplan én handige overzicht van de meest voorkomende lookalikes in de tuin voorkom je wied-drama’s.
Lees verder onder de advertentie

Een planten-app of gids erbij pakken werkt prima, maar is niet altijd handig – vooral niet wanneer je al met de schoffel in je hand staat. Met deze vijf snelle controles kun je verrassend goed de meeste soorten onkruid herkennen.
Kijk eerst of het plantje een grasspriet is of niet. Gras groeit als één smalle spriet met parallelle nerven. Heb je geen gras of siergrassen gezaaid, dan gaat het meestal om straatgras of kweekgras. Zie je twee kiemblaadjes? Dan heb je te maken met een breedbladige plant: een bloem, groente of andere zaailing of onkruid.
Kiemblaadjes lijken bij veel planten sterk op elkaar. Ben je niet zeker van je zaak, wacht dan even met wieden! De eerste echte blaadjes hebben de herkenbare vorm van de volwassen plant en maken identificeren veel makkelijker.
De vorm van de stengel en het blad verklapt vaak al veel over een zaailing of onkruid. Vierkante stengels zie je bijvoorbeeld vaak bij de lipbloemenfamilie (zoals munt of paarse dovenetel). Kleefkruid voelt plakkerig aan en paardenbloem heeft bladtanden die richting de wortel wijzen.
Kneus voorzichtig een blaadje. Wortelloof ruikt duidelijk naar wortels, kruiden verraden zich vaak direct door hun geur. Veel onkruid ruikt juist zwak, muf of grassig.
Twijfel je nog? Trek één zaailing voorzichtig uit de grond. Een diepe penwortel wijst vaak op hardnekkige soorten zoals paardenbloem of ridderzuring. Een klein oppervlakkig wortelstelsel hoort meestal bij eenjarige planten.
Herken je de zaailing na het 5-stappenplan nog steeds niet? Geen paniek. Veel populaire (moes)tuinplanten hebben een onkruid-dubbelganger die in de lente massaal opduikt. Met deze herkenbare duo’s vergis je je niet snel meer.


Heb je vroege spinazie gezaaid, maar staat het hele bed plotseling vol met jonge blaadjes? Grote kans dat een leger melganzenvoet (Chenopodium album) probeert de boel over te nemen.
De check: Voelen de jonge blaadjes een beetje vettig aan en laten ze een grijs-wit, poederachtig laagje achter op je vingers? Dat is melganzenvoet. Spinazieblaadjes zijn vanaf het begin glad en glanzend.


Schermbloemigen zijn de ultieme vermommingsartiesten. Wilde peen en eetbare worteltjes zien er met hun fijngeveerde blad precies hetzelfde uit. Logisch ook, want ze horen tot dezelfde soort (Daucus carota). Beide zijn tweejarige planten die in hun eerste jaar hetzelfde loof aanmaken.
De check: Vertrouw hier volledig op je zaairij en je neus. Staan de plukjes loof strak in de lijn waar jij je wortels hebt gezaaid? Laten staan! Komt het kriskras door je tuin opzetten? Dan is het vrijwel zeker wilde peen. Kneus bij twijfel een blaadje tussen je vingers. Gekweekte wortelzaailingen ruiken naar smakelijke worteltjes. Wilde peen ruikt veel flauwer en grasachtiger. Het is trouwens een prima plant voor in een pluktuin of een bloemenweide.
Waarschuwing: Zie je een holle stengel met fijn, peterselieachtig blad (soms met paarse vlekken)? Dat kan gevlekte scheerling of hondspeterselie zijn. Deze planten zijn extreem giftig! Verwijder ze altijd met handschoenen en gooi ze in de kliko, niet op de composthoop.


Keukenkruiden zoals munt en citroenmelisse, en de paarse dovenetel (Lamium purpureum) behoren tot dezelfde plantenfamilie. Ze hebben dus allebei die typische vierkante stengel en tegenoverstaande bladeren.
De check: De paarse dovenetel krijgt al snel een opvallende, paarsige gloed aan de groeitop en produceert vlug daarna kleine, roze-paarse lipbloemetjes. Bovendien mist hij de frisse, sterke citroengeur als je het blad kneust.
Wil jij de beste kweektips? In deze speciale uitgave van Gardeners’ World delen duurzame kwekers uit Nederland en België hun geheimen met jou!


Als je vorig jaar akelei in de border had, hoop je dit voorjaar op jonge zaailingen. Maar pas op dat je de kruipende boterbloem (Ranunculus repens) niet vertroetelt.
De check: De kruipende boterbloem verraadt zichzelf snel. De blaadjes zijn dieper ingesneden en de plant begint al in een heel vroeg stadium met het maken van bovengrondse uitlopers die horizontaal over de grond kruipen om nieuwe plekken te veroveren.


Dit is misschien wel de belangrijkste lookalike op de lijst, want een vergissing kan hier levensgevaarlijk zijn. Gevlekte scheerling (Conium maculatum) is extreem giftig en het jonge blad lijkt sprekend op dat van platte peterselie.
De check: Weet je niet niet zeker, gebruik dan je neus, maar raak de plant niet met blote handen aan. Kneus het blad met handschoenen aan. Het gekneusde blad van peterselie ruikt onmiskenbaar fris en kruidig naar peterselie. Gevlekte scheerling ruikt erg onaangenaam. Is de plant iets groter, dan herken je hem snel aan zijn holle stengel en opvallende paars-rode vlekken of spikkels aan de basis.


Zowel de siererwt (Lathyrus odoratus) als de beruchte haagwinde (en akkerwinde) zijn fanatieke klimmers. Dat maakt ze als jonge planten een gevaarlijk duo om te verwarren.
De check: Kijk hoe de plant steun zoekt. Lathyrus is een eenjarige klimplant die opkomt met een stevige, hoekige stengel en vormt kleine rankjes aan zijn ovale blaadjes om zich vast te houden. De haagwinde (Convolvulus arvensis) heeft geen rankjes, maar pijlvormige bladeren. Hij draait zijn complete stengel agressief tegen de klok in overal omheen.


De goudsbloem (Calendula officinalis) zaait zichzelf heel makkelijk uit en is een absolute favoriet in de pluk- en moestuin. Helaas kiemt het irritante kleefkruid (Galium aparine) rond exact dezelfde tijd en op precies dezelfde plekken.
De check: Let op de groeivorm en voel even aan de plant. De goudsbloem heeft lange, lepelvormige kiemblaadjes en de eerste echte blaadjes voelen zacht. Latere blaadjes voelen een beetje plakkerig. Kleefkruid groeit in duidelijke cirkeltjes van blaadjes rondom de stengel. Bovendien blijft kleefkruid vanaf het begin letterlijk aan je vingers plakken.


Cosmea (Cosmos bipinnatus) is een van de populairste eenjarige borderbloemen, maar hij kan in het begin voor flinke verwarring zorgen. Het hardnekkige akkeronkruid schijfkamille (Matricaria discoidea) duikt in het voorjaar namelijk massaal op in omgewoelde tuingrond en heeft als prille zaailing ongeveer hetzelfde dille-achtige blad.
De check: Gebruik je neus en kijk naar de vorm van het plantje. Cosmea-zaailingen groeien snel uit tot een rechte stengel. Schijfkamille vormt daarentegen eerst een wat platter, dichter rozetje op de grond. Twijfel je nog? Kneus een blaadje tussen je vingers. Schijfkamille verspreidt een sterke, herkenbare, zoete kruidengeur. De zaailing van de cosmea is geurloos.

Er zijn een paar eenvoudige trucs om ervoor te zorgen dat je nooit meer hoeft te raden of je te maken hebt met een gewenste zaailing of onkruid.
Zaai altijd een paar zaadjes van je bloemen of groenten in een klein potje met potgrond. Label hem duidelijk. Zo kun je altijd je potje met je gewenste zaailing erbij pakken om te vergelijken met de zaailingen of onkruid in de vollegrond.
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.

Zaai je planten altijd in rechte rijen. Alles wat meer dan een paar centimeter buiten de lijn groeit, is sowieso onkruid. Span een touwtje tussen twee stokjes recht boven je zaaigeultje zodat je weet waar je precies hebt gezaaid.
Door in het voorjaar alvast de grond voor te verwarmen met behulp van een laagje plastic, zal het onkruid door de warmte versneld ontkiemen. Je hoeft het dan alleen nog maar weg te schoffelen voordat je jouw plantjes zaait.
Heb je een plantje dat er interessant uitziet, maar je weet het écht niet zeker? Trek het niet uit, maar graaf het voorzichtig uit met een kluitje aarde en zet het in een klein potje. Geef het een week of twee de tijd om te groeien. Je zult verbaasd zijn hoe vaak een onbekend plantje uitgroeit tot een prachtige zonnebloem of ridderspoor.