Verschillende soorten bonen zaaien: dit is jouw kweekgids
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
In een bekend sprookje groeit een enkel bonenzaadje binnen één dag uit tot een bonenstaak die tot aan de hemel reikt. En ook in de moestuin groeien bonen verrassend snel. Je kunt bovendien kiezen uit heel veel soorten en elk type vraagt een iets andere aanpak. Met deze kweekgids ontdek je alles over bonen zaaien en ben je helemaal klaar om je eigen boontjes te doppen.
Lees verder onder de advertentie
Het bonenrijk is erg divers, maar grofweg kun je bonen in twee groepen te verdelen: stambonen en stokbonen. Het verschil zit vooral hem in hoe ze groeien.
Naast de groeiwijze verschillen bonen in de manier waarop je ze eet: de hele peul, de verse zaden of de gedroogde zaden.

Bij deze soorten eet je de peul in zijn geheel. Ze zijn het lekkerst als ze jong en vers zijn.

Bij deze bonen draait alles om de jonge, malse zaden die je uit de peul haalt.
Ontdek hoe leuk moestuinieren is! De Moestuincursus van Gardeners’ World helpt je met 50 video’s stap voor stap, van zaadje tot oogst.

Deze bonen laat je volledig uitrijpen voor de zaden.
De meeste bonen (behalve tuinbonen) houden van zomerwarmte. Zaai daarom niet te vroeg: in koude, natte grond zullen de zaden rotten voordat ze ontkiemen. Wacht tot er geen kans meer is op nachtvorst (na IJsheiligen) en de koude grond is opgewarmd. Houd verder de volgende vuistregels aan voor de verschillende typen bonen:

Je kunt bonen voorzaaien (bijvoorbeeld als je erg veel last hebt van slakken), maar het kost veel minder werk om ze direct in de volle grond te zaaien. Bovendien voorkom je zo dat je de wortels verstoort bij het uitplanten. Zo ga je te werk:

Bonen hebben verrassend weinig verzorging nodig. Dit is het basis-verlanglijstje van de bonenplant:
Bonen houden van zon – heel veel zon. Zorg dat je ze minstens acht uur per dag zon geeft voor een goede oogst. Verder is de grond belangrijk. Bonen houden van redelijk zanderige grond die goed draineert. Maar ook op kleigrond kun je prima bonen zaaien, zolang je de grond maar goed losmaakt en overtollig water goed kan weglopen.
Bonen zijn gevoelig voor de juiste temperatuur. Wanneer de grond kouder is dan 15 graden, zullen zaden minder snel ontkiemen. Zodra de zaailingen opgekomen zijn, kunnen ze echter wel wat meer kou hebben. Zodra de temperaturen boven de 20 graden stijgen, gaan de bonen pas echt hard groeien. Maar is het te heet (ruim boven de 30 graden), dan vallen de bloemen af en ontwikkelen de peulen zich mogelijk niet.
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.

Bonen kunnen tegen een stootje. De belangrijkste momenten om ze genoeg water te geven, zijn na het zaaien en tijdens de bloei (wanneer ze hun peulen ontwikkelen). Om ervoor te zorgen dat ze niet te oppervlakkig wortelen, kun je bonen het beste in één keer veel water geven en dan een tijdje niets. In de zomer is één keer per week bewateren voor bonenplanten in de volle grond meestal voldoende. Stambonen in potten hebben meestal vaker water nodig, afhankelijk van het weer.
Je hoeft bonen eigenlijk niet of nauwelijks te bemesten. Sterker nog: bonen voeden de bodem doordat ze stikstof uit de lucht kunnen binden en afgeven aan de bodem in een vorm die planten kunnen opnemen. Het is voldoende om in het voorjaar wat compost door de grond te werken . Geef je bonen te veel stikstof, dan krijg je vooral veel blad en weinig bloemen en peulen.
Tuinier je op een balkon of heb je alleen ruimte voor groenten in potten en bakken? Kweek dan stambonen, want die blijven compact en je hebt er geen klimconstructie voor nodig. Kies een ruime pot (met drainagegaten) en vul die met voedzame, goed doorlatende potgrond. Zet de pot op een zonnige plek en geef regelmatig water, vooral bij warm weer. Grond in potten droogt namelijk snel uit.

Hoe je bonen oogst hangt samen met de manier waarop je ze eet.
Verse bonen blijven in de koelkast ongeveer een week goed. Wil je je oogst langer bewaren? Slabonen en snijbonen kun je prima kort blancheren en invriezen. Droogbonen bewaar je, nadat je ze uit de peul hebt gehaald, in een luchtdichte pot op een donkere plek. Ze blijven dan jarenlang goed.