Zelf bloemenzaden oogsten? Bloemenboerin Lies deelt haar tips
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Wil je volgend jaar opnieuw genieten van je favoriete bloemen, zonder nieuwe zaden te kopen? Begin dan nú met bloemenzaden oogsten. Maar wanneer zijn de zaden rijp en hoe bewaar je ze het beste? De Vlaamse bloemenboerin en zadenkweker Lies Couckuyt deelt haar gouden tips.
Lees verder onder de advertentie

Augustus is dé oogstmaand voor veel bloemenzaden. Bij zadenkwekerij Fleur-Couleur van bloemenboerin Lies Couckuyt draait alles daarom op volle toeren. “Onze serre ligt elke week vol met doeken waarop zaden drogen. Na ongeveer een week bergen we ze op in een ruimte waar geen grote schommelingen meer zijn in vocht en warmte. Daarna gaan we alle partijen dorsen en schonen. Daar komen naast machines ook heel wat handen aan te pas.”

Na het oogsten en schonen volgt de test: kiemen de zaden goed genoeg? “Alleen partijen met voldoende kiemkracht gaan in de verkoop”, vertelt Lies. “Is die te laag, dan blazen we de lichtste zaden eruit en testen we opnieuw. Sommige soorten vragen meer geduld en gaan eerst in kiemrust of stellen specifieke eisen aan warmte en licht. Die kunnen pas later worden getest.”

Nu je weet hoe een professionele zadenkweker te werk gaat, kun je zelf aan de slag. Verzamel zaden van je favoriete bloemen in de tuin – of ga met toestemming ‘zadenshoppen’ in de tuin van buren of vrienden. Met deze 5 tips van Lies weet je waar je op moet letten.

Een paar weken nadat je bloemen uitgebloeid zijn, is hun zaad klaar om te oogsten. Lies: “Kijk vooral naar de kleur: rijpe zaden zijn meestal donkerbruin of zwart en zitten vaak losjes in hun omhulsel. Zijn ze nog groen? Wacht dan nog even met oogsten.”

“Oogst de rijpe zaden liefst als het droog weer is. Zo drogen ze sneller na en heb je minder kans op schimmelvorming.”

“Oogst enkel zaden van mooie, gezonde planten. Niet van zieke, want sommige plantenziekten zijn overdraagbaar via het zaad.”
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.

Kruisbestuiving kan optreden met soorten die in het wild groeien, maar ook tussen verschillende variëteiten van dezelfde bloemensoort. “Zo kan wilde peen, die je veel in wegbermen ziet, kruisen met de gecultiveerde wilde peen ‘Dara’”, vertelt Lies.
“Insecten vliegen namelijk van de ene naar de andere bloem en verspreiden zo hun stuifmeel naar elkaar. Staan verschillende variëteiten op hetzelfde moment te bloeien en oogst je er later zaden van? Dan weet je dus niet welke kleur of vorm de bloemen van die zaden zullen hebben.”

Tip voor pro’s met een bloementuin! Wil je heel graag meerdere variëteiten en dus kleuren en vormen van bloemen zoals zinnia’s, leeuwenbekken, riddersporen of strobloemen? “Voorkom dat ze kruisbestuiven door ze onder insectennetten te telen. Of zorg er in je planning voor dat ze niet op hetzelfde moment bloeien”, tipt Lies.

Veel bloemenzaden op de markt zijn F1-hybriden: zaden die door veredeling uniforme planten geven met bijvoorbeeld stevige stelen, grote bloemen en een gelijktijdige afrijping. “Oogst je hiervan zelf zaad, dan krijg je diezelfde bloemgrootte, -vorm of -kleur vaak niet terug. Sommige hybriden, zoals Verbascum xhybrida ‘Southern Charm’, produceren zelfs helemaal geen zaden.”
Wil je elk jaar opnieuw oogsten? Kies dan voor zaadvaste bloemenzaden. “Bij Fleur-Couleur kweken we alleen zaadvaste variëteiten van bloemen: daarvan kun je wél zaden oogsten en zo kweek je planten met dezelfde eigenschappen.”
Een weelderige pluktuin is een feestje voor bestuivers en… voor jouzelf! Met een goed plan, zet je namelijk het hele jaar door zelfgekweekte bloemen op tafel. In deze speciale uitgave geven we tips voor de beste soorten, en hoe je ze opkweekt en verzorgt. Zo vul jij elk seizoen je armen met de mooiste plukbloemen!

Geen zin of tijd om zelf zaden te oogsten? Laat uitgebloeide bloemen dan gewoon staan, zegt Lies. Zodra de zaden rijp zijn, verspreiden de planten ze vanzelf en krijg je het jaar erop een verrassende, wilde bloementuin. Wied wel grassen en ander onkruid, zodat die niet de overhand krijgen. Goede zelfzaaiers zijn korenbloem, juffertje-in-het-groen, klaproos, goudsbloem en bolderik.
Tip! Kom op 26-27 september naar de Ambachtelijke Plantenmarkt op Landgoed de Wiersse in Vorden. Daar staat Lies ook met een kraam vol bloemenzaden.

Leer in zes eenvoudige stappen hoe en hoelang je zaden het beste kunt bewaren.
1. Maak de zaden los en zeef. “Eénmaal ze volledig droog aanvoelen, kan je de zaden losmaken en alles wat geen zaad is verwijderen door bijvoorbeeld te zeven.”
2. Stop de zaden in een zakje. “Berg de zaden op in een verpakking die kan ‘ademen’, zoals een papieren zakje.”
3. Schrijf op wat je bewaart. “Noteer op elk zakje de soort, variëteit en het jaartal.”
4. Bewaar de zaden koel. “Het is belangrijk om zaden koel te bewaren en zo min mogelijk schommelingen in warmte en vochtigheid te hebben. Dit zorgt voor een beter behoud van hun kiemkracht.”
5. Berg de zakjes op in een blik of kistje. “Pas op voor motten en muizen, want die lusten er wat van!”
6. Gebruik de zaden binnen 2 jaar. “Uit onze testen is gebleken dat de meeste zaden twee jaar hun kiemkracht goed behouden. Daarna daalt dit sterk. Haal dus enkel in huis wat je nodig hebt. Zo voorkom je dat je na twee jaar veel zaden niet meer kunt gebruiken.”