Nooit meer blauwe bessen kopen: zo kweek je ze levenslang zelf
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Zelf blauwe bessen kweken is goed voor je portemonnee, de planeet én je smaakpapillen. Je bespaart namelijk op hoge prijzen in de supermarkt, plastic verpakkingen en transportkilometers. Met onze tips oogst je de rest van je leven de lekkerste blauwe bessen in je eigen achtertuin.
Lees verder onder de advertentie
Waarop moet je letten bij de aanschaf van blauwe bessenstruiken? En hoe zit het met de grondsoort?
Om te beginnen moet je natuurlijk de juiste struiken kopen. Vaak worden de namen blauwe bes en bosbes door elkaar gebruikt, maar het zijn echt verschillende planten.
Van het eten van de wilde variant wordt je tong trouwens paars, terwijl de blauwe bes je tanden netjes wit laat!
Tip: koop meteen twee (of meer) struiken. Sommige rassen produceren geen vruchten als ze in hun eentje staan. En hoewel veel moderne rassen ‘zelfbestuivend’ zijn, hebben alle soorten blauwe bessen baat bij kruisbestuiving. Ze zullen dan meer en grotere vruchten produceren dan een eenzaam bessenstruikje.
Zet dus minstens twee verschillende rassen bij elkaar in de buurt. Kies bijvoorbeeld voor een vroeg ras (zoals ‘Duke’) en een laat ras (zoals ‘Elliot’). Zo spreid je de oogst en kun je van juni tot diep in september gezond snacken uit eigen tuin.

Voor die diepblauwe kleur en de kenmerkende zoete smaak hebben de blauwe bessen minstens zes tot acht uur zonlicht nodig. Een standplaats met voldoende zon zorgt er bovendien voor dat de struik na een regenbui sneller opdroogt, wat de kans op schimmelinfecties aanzienlijk verkleint. Krijgt je standplaats iets meer schaduw? Houd er dan rekening mee dat de oogst mogelijk iets later op gang komt en de bessen een tikje zuurder zullen zijn.
Als je blauwe bessen wilt aanplanten, is de gouden regel: gebruik zure grond! Deze planten zijn echte ‘zuurminners’. Ze weigeren simpelweg voedingsstoffen op te nemen uit gewone tuingrond of kalkrijke bodems. Maar ook als jouw tuin geen zure bodem heeft, kun je gelukkig nog steeds blauwe bessen kweken. Plant ze dan in grote potten die je vult met potgrond voor zuurminnende planten (zoals azalea’s, rododendrons of heide). De perfecte zuurgraad voor blauwe bessenstruiken ligt tussen een pH van 4,5 en 5,5.
Blauwe bessen stellen niet veel eisen aan de verzorging. Zo houd je ze gelukkig.

Blauwe bessen wortelen oppervlakkig en hebben het liefst vochtige (maar niet te natte) grond. Ze houden echter absoluut niet van droogte, zeker niet wanneer de bessen zich aan het vormen zijn. Maar let op: geef ze geen kraanwater! Dat bevat vaak kalk, wat de zuurgraad van de grond langzaam afbreekt. Het beste is gewoon regenwater, want dat is van nature zacht. Geef droogte in de (moes)tuin dus water uit je regenton. Een mulchlaag van boomschors of dennennaalden rond de voet van de struik helpt bovendien om meer vocht in de grond vast te houden.

Blauwe bessenstruiken hebben maar weinig mest nodig. Zodra je de planten vrucht laat zetten, gewoonlijk vanaf het derde jaar,geef je ze jaarlijks in het voorjaar wat mest. Geef echter geen gewone mest, want daarmee verstoor je de zuurgraad van de grond. Je kunt het beste kiezen voor mestsoorten voor zuurminnende planten, zoals voor hortensia’s of rododendrons. Volg de instructies op de verpakking voor de juiste dosis.
Niet alleen wij zijn dol op de blauwe bes. Vogels zien ze al hangen zodra de bessen ook maar een klein beetje paars kleuren. Voordat je het weet is je hele oogst verdwenen. Gebruik daarom een fijnmazig net of een fruitkooi met gaas om de vogels op een afstandje te houden. Zorg dat het net goed strak gespannen staat, zodat vogels er niet in verstrikt kunnen raken. Blauwe netten zijn trouwens voor vogels beter zichtbaar dan zwarte of groene.

Het geheim van een goede oogst zit ‘m in het snoeien van je blauwe bessen. Zo pak je het aan.
Nooit meer blauwe bessen kopen, dat zit er de eerste twee jaar na het aanplanten nog niet in. Natuurlijk wil je zo snel mogelijk bessen oogsten, maar de eerste jaren kun je het beste de bloesem wegknippen. Het maken van vruchten kost namelijk heel veel energie. En die kan de struik beter gebruiken om eerst zijn wortels en takken goed te ontwikkelen. Vanaf jaar drie wordt je geduld beloond met de lekkerste blauwe bessen die je je maar kunt wensen.
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.
De eerste twee jaar hoef je nog niet te snoeien. Pas vanaf het derde jaar verwijder je elke winter een paar van de oudste, grijze takken om ruimte te maken voor jonge, gezonde scheuten. Verwijder dan ook meteen eventuele dode of zieke takken. De sterkste en gezondste takken blijven zo over om in de zomer vruchten te produceren.
Tijdens het groeiseizoen kun je erg lange, dunne takken een stukje terugknippen, zodat de plant mooier vertakt. Door de groeitop te verwijderen, zullen er meer zijscheuten lager aan de plant verschijnen.
Met deze snoeimethode blijft je struik met een beetje geluk tientallen jaren lang topprestaties leveren – en hoef jij geen dure blauwe bessen meer te kopen.