Bloembollen, knollen, wortelstokken? Dit moet je weten
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Bloembollen behoren tot de makkelijkste planten, omdat ze met minimale verzorging vaak wekenlang de mooiste kleuren opleveren in je potten en borders. Maar al die benamingen … Word je ook geen wijs uit termen als rizomen, knollen en wortelstokken, dan maken wij je wegwijs in bollenland.
Lees verder onder de advertentie
Een bol is feitelijk een ondergrondse voedselopslag. Daaruit ontstaan scheuten wanneer de bol uit zijn rust ontwaakt. De term ‘bol’ verwijst niet alleen naar ‘echte bloembollen’, zoals narcissen, maar ook naar stengelknollen, wortelstokken en wortelknollen.
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.

Er zijn twee hoofdseizoenen om bollen te poten.
Bollen worden vrijwel allemaal op dezelfde manier geplant: op een diepte van twee tot drie keer hun grootte, in goed afwaterende of zanderige grond.
Narcissen, tulpen, hyacinten, lelies, gladiolen en canna’s groeien allemaal uit bollen. Maar niet elke bloembol ziet er hetzelfde uit. Dit zijn de verschillen.

Een echte bloembol, zoals een ui, bestaat uit allemaal lagen, genaamd rokken of schubben. Dat zijn bladeren in embryonale toestand. Zij slaan voedsel op voor de plant en beschermen tegelijkertijd de stengel en bloem midden in de bol. Ze hebben vaak een papierachtige schil die de bol beschermt.

Een stengelknol is een verdikte stengel waarin voedsel zit opgeslagen. Hij heeft een bolschijf, schil en groeipunt. Hij ziet er ongeveer hetzelfde uit als een gewone bloembol, tot je hem doorsnijdt. Dan zie je dat hij niet uit laagjes bestaat, maar uit één stuk.

Wortelstokken, ook rizomen genoemd, zijn gezwollen ondergrondse stengels die voedsel opslaan. Ze groeien meestal horizontaal vlak onder de grond.

Wortelknollen zijn gezwollen stengels of wortels waarin voedsel wordt opgeslagen. De stengels ontstaan uit de knoppen of ‘ogen’.
