Wilgen knotten, wanneer en hoe doe je dat?
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Knotwilgen zie je niet alleen langs lange lanen op het platteland. Ook in je tuin kun je deze techniek inzetten. Maar wanneer en hoe knot je wilgen? En met welke bomen kan het nog meer?
Lees verder onder de advertentie
Knotten is een snoeitechniek waarbij bomen of struiken worden teruggesnoeid tot aan de hoofdstam. Zo ontstaat er een kruin van takken en blijft de stam laag. In de tuin is een stamhoogte van 1,5 tot 3 meter gebruikelijk.

Knotten gebeurt om verschillende redenen:
Het knotten van wilgen en andere bomen gebeurt al eeuwen. Oorspronkelijk werd het vooral gedaan om de buigzame jonge takken te ‘oogsten’, onder andere om manden van te vlechten. De positieve bijwerkingen van knotten zijn onder meer dan bomen langer meegaan en dat de scheuren en ruimten die na jaren van knotten ontstaan een plek bieden aan allerlei tuinvogels, insecten, zwammen en paddenstoelen en andere natuur. Het is dus goed voor de biodiversiteit!

Het snoeien van van veel bomen en vooral het knotten van wilgen moet gebeuren wanneer de bomen in rust zijn, in de late winter of zeer vroege lente, maar voordat ze weer beginnen te groeien en bloeien. Bloeiende wilgen zijn onmisbaar voor onder andere vroege wilde bijen, hommels en vliegen.
Start met knotten vanaf november tot eind februari, begin maart. Vanaf dan verschijnen de eerste bloemen en kun je de boom beter met rust laten.
Gebruik het knotten echter niet om de groei van oudere bomen te remmen! Alleen bomen die van jongs af aan zijn geknot, kun je blijven knotten. Doe dat om de drie à vier jaar.

Met onderstaande stappen knot je succesvol je wilg.
Begin met het planten van een jonge wilgenboom met een enkele stam. Schietwilg (Salix alba) is hier zeer geschikt voor. Je knot enkel wilgen die vanaf jongs af aan geknot worden.
Zodra de stam de gewenste hoogte heeft bereikt, snoei je de takken terug. Vanaf dat punt zal de knot ontstaan.
Dunne takken kun je makkelijk afknippen met een snoeischaar of takkenschaar tot op 1 à 2 cm van de stam. Voor dikke takken gebruik je een (hand)zaag. Deze snoei je terug tot ongeveer 20 cm van de stam, om te voorkomen dat de stam scheurt.
Deze rigoureuze snoei stimuleert de groei van veel dunne, nieuwe scheuten uit elke stronk. Gebruik de buigzame, gesnoeide takken om mee te vlechten. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om manden, omheiningen of zelfs verhoogde bedden van te maken. Ook kun je de geknipte takken, zoals van de schietwilg, in de grond plaatsen: hier groeit waarschijnlijk een nieuwe boom uit. Zo zijn er tal van slimme dingen te doen met je snoeiafval.
‘Snoeien doet bloeien’ is niet voor niets een beroemde uitspraak. Maar hoe pak je dit nu aan? In deze special van Gardeners’ World magazine hebben we alles voor je op een rij gezet. Wanneer, hoe en waarom snoei je precies? Inclusief een jaarplanner snoeien kan het nooit meer mis gaan. Op naar een bloeiende tuin!
Je kunt niet alleen wilgen knotten. Ook andere bomen en struiken kunnen er baat bij hebben.

Er zijn bomen met decoratief blad die veel grotere bladeren of intensere kleuren produceren wanneer je ze knot. Dat zijn onder andere Catalpa x erubescens ‘Purpurea’, Eucalyptus-soorten, vooral Eucalyptus gunnii, de Anna Paulowna-boom (Paulownia tomentosa) en de tulpenboom (Liriodendron tulipifera).

Struiken en bomen die baat hebben bij het knotten om gekleurde takken te produceren, zijn onder andere veel wilgen (Salix), waaronder de schietwilgen Salix alba ‘Britzensis’ en Salix alba ‘Vitellina’, en de lindeboom Tilia cordata ‘Winter Orange’.

Bomen die een formele uitstraling hebben wanneer je ze knot, of die je knot om de groei te beperken waar de ruimte beperkt is, zijn onder andere gewone platanen (Platanus x hispanica) en lindebomen (Tilia).
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.