Herken 11 soorten wilde bijen in de tuin (met foto’s)
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
In Nederland en België zijn veel soorten wilde bijen te vinden. Wij laten je graag kennismaken met een aantal die je kunt tegenkomen in jouw tuin, én vertellen je wat je voor ze kunt doen.
Lees verder onder de advertentie

In Vlaanderen zijn ongeveer 400 soorten bijen bekend en in Nederland kun je ongeveer 360 bijen vinden. Hiervan is helaas ongeveer de helft bedreigd en een deel verdwenen door verlies aan leefgebied, pesticiden en andere oorzaken. Gelukkig kunnen we bijen helpen in de tuin! Een goed begin is het herkennen van een aantal veelvoorkomende soorten.
Er komen meer soorten bijen voor in je tuin dan je misschien denkt, waaronder ook hommels. Soms lijkt een insect op een bij, maar is het eigenlijk een ander insect! Hieronder laten we je een aantal soorten bijen op foto’s zien die je in jouw tuin, vooral in het voorjaar, kunt tegenkomen.

De rosse metselbij (Osmia bicornis) is familie van de metselbijen. Zoals je misschien al verwacht zijn het echte metselaars. Zij maken nestcellen in al bestaande holletjes, zoals gaten in de muur, het insectenhotel, gangen in dood hout en plantenstengels.
Tip: Leg het liefst in het voorjaar je afgeknipte holle stengels van planten in een hoekje in de tuin, zodat eventuele jonge bijen kunnen uitvliegen.

De gehoornde metselbij (Osmia cornuta) is net zoals de rosse metselbij een metselaar: hij metselt zijn nestcellen met een mix van zand, leem of klei. Het is een vrij forse bij en komt talrijk voor in het voorjaar, met name in tuinen en stedelijk gebied. Gehoornde metselbijen halen hun stuifmeel en nectar op allerlei planten, maar in het vroege voorjaar vooral bij wilgen en bloeiende struiken.
Tip: Plaats of maak een correct bijenhotel met veel holletjes in de zon in je tuin, je zult zien dat deze bijen daar graag gebruik van maken. Een leuk schouwspel om te zien!

Dit is een prachtige ‘voskleurige’ bij! Het vosje (Andrena fulva) is onderdeel van de familie zandbijen. Maar liefst 80% van alle bijen nestelt in zelf gegraven gangen in de bodem. Niet alle gravende bijen zijn overigens zandbijen. Zo heb je bijvoorbeeld ook nog groefbijen, dikpootbijen, roetbijen en nog vele andere soorten.
Tip: Je kunt zandbijen goed helpen door her en der wat losse grond te hebben in je tuin en het liefst een hoop zand of grond op een zonnige plek. Dek deze af met gaas of rooster om katten weg te houden.

De viltvlekzandbij (Andrena nitida) is een echte aanwinst voor je tuin en vliegt wat langer dan de meeste ‘voorjaarsbijen’, tot ongeveer half juli. Hij komt graag af op bloeiende struiken en bomen, maar ook schermbloemen zoals fluitenkruid.
Tip: Paardenbloemen en soortgelijke composieten zijn heel fijne voedingsbronnen voor wilde bijen. Je doet ze een groot plezier door paardenbloemen (deels) te laten staan in jouw tuin.

Deze prachtige behaarde bij is de gewone sachembij (Anthophora plumipes). In het verleden deed de brede ‘broek’ die de bij aan lijkt te hebben, denken aan de broeken die stamhoofden (sachem) aan hebben bij de inheemse bevolking van Noord-Amerika. Hier heeft men in het verleden de naamgeving op gebaseerd.
Tip: Deze bij is dol op smeerwortel, dovenetel, ossentong, gevlekt longkruid, sleutelbloem, maar bijvoorbeeld ook salvia’s. Voor alle planten geldt dat ze onbespoten moeten zijn.
Tip
Ontdek de Gardeners’ World Moestuincursus en leer alles over moestuinieren, van zaadje tot oogst. Voor beginners én ervaren moestuiniers, met tips voor elke tuin of balkon.

De klokjesdikpoot, en ook de grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi), kun je goed aantreffen in je tuin! Je kunt ze het beste helpen en ‘lokken’ door klokjes (Campanula) in de tuin te zetten. Ruig klokje en akkerklokje zijn goede, inheemse tuinplanten.
Tip! Kijk in de schemer ’s avonds of ’s ochtends eens voorzichtig in de bloemen van klokjes, dit is een heel goede manier om deze bijen te vinden!

In Nederland en België zijn 30 soorten hommels bekend (waarvan een deel inmiddels verdwenen is). In de tuin kun je verschillende soorten tegenkomen, waaronder de tuinhommel (Bombus hortorum). Hommels zijn naast de honingbij de enige soort bijen die een echte kolonie stichten. In maart komt de tuinhommelkoningin tevoorschijn om een geschikte nestplek te vinden – dat kan ondergronds én bovengronds.
Tip: Hommels vliegen doorgaans op allerlei soorten bloemen. Met een grote variatie aan (inheemse) bloemen zul je ze het erg naar hun zin maken!

De weidehommel zit er weer net even iets anders uit, en er is ook een groot verschil tussen de mannetjes, vrouwtjes en de koningin (foto). Mannetjes hebben veel gele beharing en de kenmerkende oranje ‘kont’, vrouwtjes hebben geel boven hun kop en ook oranje kont, maar zijn zwart op het borststuk.
Tip! Plaats planten die vroeg nectar geven, zoals boswilgen, rode ribes en gevlekt longkruid. Hommels zijn er dol op!

Nee, het is geen wesp! Deze bijensoorten zijn heel moeilijk uit elkaar te halen, maar grote kans dat je wespbijen in je tuin hebt, als je ook andere bijen hebt gezien. Deze soorten parasiteren nesten van grondnestelende bijen. Ze leggen er stiekem hun eitjes bij. Ze worden dan ook wel koekoeksbijen genoemd! Hun wespachtige uiterlijk gebruiken ze om roofdieren af te schrikken.
Tip: laat ruimte tussen de voegen van je bestrating, zodat kleine zandbijen, en dus ook wespbijen, daarvan kunnen profiteren. Dit is de perfecte plaats voor hen om nestgangen te graven.

Dit is beetje een instinker, dit is geen bij maar een vlieg! Veel bestuivers zijn goed in ‘mimicry’: zij nemen de gedaante aan van andere insecten, zoals bijen en wespen. Dit doen ze om hun vijanden, zoals tuinvogels, af te schrikken. Ook bijen zelf vermommen zich soms als een ander insect. Zo is er aardig grote groep wespbijen, die soms sprekend op de ‘limonadewesp’ lijken!
Deze kegelbijvlieg (Eristalis pertinax) lijkt behoorlijk op een bij, maar is een zweefvliegensoort. Ook deze insecten zijn erg goed in, en noodzakelijk voor, het bestuiven van planten.

De bij die je waarschijnlijk zeker zult zien, is de honingbij (Apis mellifera). Dit is géén wilde bij. Mensen houden deze bijen – al eeuwen lang – in bijenkasten en vormen daarin enorme kolonies. Doorgaans wordt dit gedaan voor de hobby en het verkrijgen van honing. Honingbijen zijn goede bestuivers, maar kunnen sterk concurreren met onze inheemse wilde bijen.

Bij wespen en honingbijen denken we snel aan nesten, maar in het geval van wilde bijen komt dit eigenlijk niet zo massaal voor.

Veel bloeiende planten in jouw tuin worden bestoven door insecten en dat is nodig om vruchten en zaden aan te maken. Wanneer je een moestuin hebt, is dit extra van belang, maar liefst 80% van alle eetbare gewassen moeten bestoven worden! Ook vormen bijen en andere insecten een belangrijke voedingsbron voor tuinvogels en andere dieren.
Het is dus goed als we de bestuivers een handje kunnen helpen. Dit kun je al vrij gemakkelijk voor elkaar krijgen, door bijvoorbeeld minder te maaien, inheemse (en vooral gifvrije) planten in de tuin te zetten en de tuin iets ‘rommeliger’ te laten. Bijkomend voordeel is dat het ecosysteem in je tuin zo verbeterd wordt en je minder last zult hebben van plaagdiertjes.