Aziatische hoornaar bestrijden: wel of niet doen?
Bewaar bericht
Wil je dit artikel bewaren? Log in of maak een account aan om het op te slaan bij je favorieten.
Log in
Lees verder onder de advertentie
Je hoort er veel over in de media: de Aziatische hoornaar (of tegenwoordig geelpoothoornaar). Wat voor dier is dit eigenlijk? Is hij echt zo erg en moet je hem bestrijden? Natuurgids en redacteur Govert de Jong en Nathan Veenstra van de Wespenstichting vertellen hierover. Lees ook wat je moet doen als je een geelpoothoornaar tegenkomt of een nest van deze dieren.

De Aziatische hoornaar (Vespa velutina nigrithorax) is een grote wespensoort die sinds een aantal jaren voorkom in Nederland en België. Het is een invasieve exoot die door menselijk handelen in Europa terecht is gekomen. De soort wordt vaak verward met andere hoornaars, zoals onze inheemse Europese hoornaar, maar ook met zweefvliegen en bijen. Deze worden door de verwarring dan ook vaak onterecht gedood.
Tegenwoordig wordt de soort de geelpoothoornaar genoemd om verwarring met andere Aziatische soorten te voorkomen, zoals de Aziatische reuzenhoornaar (Vespa mandarinia) die hier (nog) niet voorkomt.

Het verschil tussen de Europese en de geelpoothoornaar kun je vrij makkelijk zien:
Wil je nog meer eigenschappen zien? Lees dan hieronder verder.

De inheemse Europese hoornaar is de grootste wespensoort in Europa en komt hier al duizenden jaren voor. Ze zijn een onmisbaar onderdeel van onze natuur.
Je kunt ze herkennen aan:

De Aziatische hoornaar komt oorspronkelijk uit China en is hier door menselijk handelen terecht gekomen. Ze zijn géén onderdeel van onze oorspronkelijke natuur en kunnen zich invasief gedragen. Ze vormen vooral een probleem voor honingbijen.
Je herkent ze aan:

Om goed antwoord te kunnen geven of de Aziatische hoornaar bestreden moet worden, vroegen we aan de experts van de Wespenstichting een nadere toelichting:
“De geelpoothoornaar valt inmiddels onder artikel 19 van de Europese exotenverordening, wat er in feite op neerkomt dat de soort als gevestigd wordt beschouwd en bijna hetzelfde wordt behandeld als inheemse soorten. Alleen bij situaties die risico’s opleveren voor volksgezondheid of biodiversiteit wordt er actie ondernomen”, vertelt Nathan Veenstra van de Wespenstichting.
De geelpoothoornaar is niet meer weg te krijgen. Door de hoeveelheid nesten is bestrijden erg duur en vaak ook schadelijk voor andere insecten. Het lijkt dus vooral zaak ermee te leren leven. Net zoals andere wespen, vervullen zij een rol in het ecosysteem, hoewel we ze natuurlijk liever niet in ons land zouden willen hebben, legt Nathan uit:
“De geelpoothoornaar vangt net als onze inheemse wespensoorten een scala aan insecten. Daarbij heeft deze soort wel een duidelijke voorkeur voor honingbijen, vliegen en sociale wespen. Dit is niet per se erg voor de natuur, bij onze inheemse wespen geldt dat ze de natuur in balans houden en voorkomen dat er enorme hoeveelheden van deze insecten komen, wat wij als mens ervaren als “plaag”. Dat de impact op biodiversiteit minder groot is dan er vaak beweerd wordt is behoorlijk zeker, maar we weten niet in hoeverre de invloed van deze dieren op termijn zullen hebben voor onze natuur.”
Welke bloemen zijn het beste? Welke soorten bijen, vlinders en vogels kun je spotten? En hoe richt je je tuin in zodat jij en de natuur er optimaal van genieten?

Het bestrijden van de Aziatische hoornaar is niet meer iets wat standaard gebeurt: inmiddels zijn er zoveel nesten dat de soort blijvend gevestigd is en er alleen ingegrepen wordt als het echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij gevaar van volksgezondheid en biodiversiteit op bepaalde plekken. Wat jij kunt doen als tuinier lees je hieronder.
Nathan Veenstra van de Wespenstichting legt hier meer over uit: “Melden via waarneming.nl is nog altijd mogelijk, maar er wordt lang niet altijd meer actie ondernomen. Dit is nu erg afhankelijk van regionale dan wel lokale overheden. Het lijkt een kwestie van tijd voordat er vanuit overheden alleen nog maar wordt ingegrepen wanneer er een risico voor volksgezondheid of biodiversiteit dreigt.”
Als om wat voor reden dan ook het wenselijk is dat het nest verwijderd wordt, doe dit dan niet zelf, maar neem contact op met experts, zoals de Wespenstichting, of de gemeente. In veel gevallen kan een nest zonder gif verwijderd worden, en dat heeft de voorkeur: gif doodt namelijk ook tal van andere insecten die we hard nodig hebben.
Nathan: “De geelpoothoornaar is defensiever dan inheemse wespen in de buurt van het (secundaire) nest, het advies is om niet binnen 5 meter van een secundair nest te komen.” Naast dat ze dicht bij nesten sneller geneigd zijn te steken, zijn secundaire nesten haast onbereikbaar. Deze hangen namelijk zeer hoog in bomen, tot wel 30 meter boven de grond.

Als Aziatische hoornaars je tuin bezoeken is dat best indrukwekkend. Ze zijn immers groot. Is het dan ook mogelijk om te voorkomen dat ze naar je tuin komen? Het korte antwoord is nee. Ze jagen vooral op insecten vliegen daarvoor grote afstanden, dus ook naar tuinen.
In het najaar zullen ze wel afkomen op bijvoorbeeld rottend fruit, zoals druiven en vijgen, net zoals andere wespensoorten. Ze staan niet bekend om het ‘bedelen’ van eten rond de tuintafel, zoals je wel ziet bij gewone wespen.

In de media is de geelpoothoornaar afgeschilderd als een monsterwesp, zouden ze veel wilde bijen eten, steken ze snel en moorden ze honingbijenvolken uit … maar klopt dit eigenlijk? Nathan Veenstra van de Wespenstichting geeft antwoord op deze vragen.
“Ja, het gaat om dezelfde soort. Onlangs is de naam veranderd omdat er meerdere soorten hoornaars uit Azië komen en daardoor verwarring kan ontstaan als er onverhoopt nog een andere soort uit Azië zich hier vestigt, zoals de Aziatische reuzenhoornaar.”
“Geelpoothoornaars vangen juist bijzonder weinig wilde bijen, wat ook verklaarbaar is als je weet dat ze vooral vangen waar er veel van is. Wilde bijen zijn er relatief weinig, zeker ten opzichte van honingbijen, vliegen en wespen, die ze vooral vangen.”
“Ze vangen veel honingbijen, dus dat is voor imkers een terechte zorg. Naast het feit dat ze graag nogal wat honingbijen vangen, kan het jagen van geelpoothoornaars voor bijenkasten ook zorgen voor foraging paralysis, wat het einde van een bijenvolk kan betekenen. In de meeste gevallen zijn bijenvolken waar dit gebeurt echter al zwakke volken*. Hoeveel bijenvolken doodgaan als gevolg van foraging paralysis is ons echter niet bekend.”
* Redactie: denk aan verlies van nectarbloemen door afnemende biodiversiteit, pesticidengebruik, sterke en langdurige droge en natte periodes, en parasitaire varroamijten.
“Nee, geelpoothoornaars vangen per nest gemiddeld minder insecten dan onze inheemse limonadewespen (respectievelijk zo’n 100.000 en zo’n 250.000 per nest per jaar), en er zijn ook nog eens vele malen meer nesten van limonadewespen op een vierkante kilometer te vinden dan van de geelpoothoornaar. Als we uitgaan van relatief weinig nesten van de limonadewespen, dan zijn dat er zo’n 100 per km2, terwijl het hoogste aantal van de geelpoothoornaar dit jaar naar verwachting in Limburg is, waar men uitgaat van gemiddeld bijna 5 nesten per km2.”
“De geelpoothoornaar is defensiever dan inheemse wespen in de buurt van het (secundaire) nest, het advies is om niet binnen 5 meter van een secundair nest te komen. De meeste secundaire nesten hangen echter hoog in bomen, waardoor het risico bij die nesten bijzonder klein is. Zowel wat nestdichtheid als nestlocaties betreft is het risico op gestoken worden door inheemse wespen vooralsnog groter.”
“Het is in principe niet heel anders dan bij onze inheemse wespensoorten, gewoon rustig blijven en niet provoceren. Koninginnen zijn in het voorjaar te zien wanneer ze uit hun diapauze ontwaken en aan hun eigen nesten willen beginnen, of in het najaar wanneer de nieuwe koninginnen hun nesten verlaten. Mannetjes zijn alleen in het najaar te zien, zij sterven kort nadat zij met de nieuwe koninginnen gepaard hebben. Werksters zijn vanaf eind april/begin mei te zien en dat kan doorgaan tot ongeveer oktober/november.”
“Vooralsnog zijn er twee vogelsoorten bekend die geelpoothoornaars eten, maar die zijn in Nederland nog erg zeldzaam. Het gaat om de wespendief en de bijeneter. Andere dieren die geelpoothoornaars eten zijn nog niet vastgesteld. Veel vogels pikken wel graag een (bijna) verlaten nest open om poppen en dode geelpoothoornaars te eten, maar dat zijn daarmee dus geen natuurlijke vijanden. Ook onze inheemse Europese hoornaar vangt geelpoothoornaars als prooi.”
“Natuurlijke vijanden van onze inheemse sociale wespen zullen uiteindelijk waarschijnlijk ook vijanden van de geelpoothoornaar worden. Dan gaat het niet alleen om roofdieren zoals de wespendief, misschien marters en dassen, maar ook om parasitoïden zoals blaaskopvliegen en sluipwespen (zoals de Sphecophaga vesparum), en dus ook de Europese hoornaar.”