Lees verder onder de advertentie
Tuinbonen
Vicia faba
Lees verder onder de advertentie
Altijd al eens tuinbonen willen kweken? Hier lees je alles wat je moet weten over het zelf kweken van heerlijke tuinbonen. Van zaaien, verzorgen en problemen oplossen, tot het oogsten van je heerlijke boontjes.
Waarom tuinbonen kweken?

Zelfgekweekte tuinbonen (Vicia faba) zijn heerlijk mals en behoren tot de vroegste oogst van het jaar. Ze zijn eenvoudig te kweken vanuit zaad en leveren groene peulen op met groene of witte bonen die je perfect kunt verwerken in salades, stoofschotels en soepen. Tuinbonen nemen niet te veel ruimte in en je kunt ze kweken in de vollegrond, in verhoogde bakken én in grote potten. Als je liever niet zelf zaait, kun je in het vroege voorjaar ook jonge plantjes kopen.
NIEUW! Gardeners’ World Moestuincursus: van zaadje tot oogst
- Video’s om te moestuinieren in ieder seizoen
- Geschikt voor iedereen: heb je een balkon, kleine of grote tuin? Wij helpen je graag met al onze tips en ervaring
- Toegang tot de moestuincommunity: ontmoet je andere (moes)tuinliefhebbers, deel je ervaringen en stel vragen
- Bij elke video ontvang je extra PDF werkbladen waarmee je zelf de tuin in kunt
- Achteraf heerlijke recepten om met je oogst aan de slag te gaan
Ontvang tot wel 37% korting op je Gardeners’ World abonnement
- Praktische uitleg om (duurzaam) te tuinieren
- Lees op papier en direct digitaal via de Gardeners’ World-app (Incl. archief)
- Inspiratie en tips wat je nú in de tuin kunt doen
Tuinbonen zaaien
Tuinbonenzaden zijn groot, waardoor zaaien heel gemakkelijk gaat. Winterharde rassen, zoals ‘Aquadulce Claudia’, kun je in het najaar zaaien (oktober of november) voor een vroege oogst in mei van het volgende jaar. Zaaien in het voorjaar is over het algemeen betrouwbaarder, zeker bij zware kleigrond: het zaad kan in natte, koude grond namelijk wegrotten voordat het kiemt. Zaai in maart of april voor een zomeroogst.
Tuinbonen buiten zaaien

Meng voor het zaaien een flinke hoeveelheid compost of mest door de grond en hark het oppervlak los tot een fijne, kruimelige structuur.
Maak geultjes van 5 cm diep, met zo’n 20 cm tussenruimte per zaadje, of zaai in dubbele rijen op 60 cm van elkaar.
Zaai de zaden 5 cm diep.
Dek de zaden af met grond, druk het geheel zachtjes aan en geef flink water.
Bescherm de zaden bij koud weer met vliesdoek of een cloche.
Tuinbonen binnen zaaien
Heb je last van strenge wintervorst, heb je zware of slecht doorlatende grond, of heb je last van muizen (die de zaden opeten)? Dan is het een goed idee om tuinbonen eerst binnen in diepe potten of zaaitrays voor te zaaien.
Vul kleine potjes of zaaitrays met turfvrije, universele potgrond.
Stop één zaadje in elk potje, zo’n 5 cm diep.
Zet ze op een koele, vorstvrije plek, zoals een koude bak of onverwarmde kas. Ze kiemen doorgaans binnen drie weken.
Plant ze na zes weken uit, zodra de wortels het potje hebben gevuld.
Moestuincursus: begin vandaag!
Leer alles over moestuinieren – op je eigen tempo € 149
- Met jouw persoonlijke gids Anne leer je stap voor stap over de moestuin
- Tuinier samen! In onze actieve moestuincommunity ontmoet je andere (moes)tuinliefhebbers
- Leer op je eigen tempo, waar en wanneer het jou uitkomt
Tuinbonen uitplanten
Heb je tuinbonen eerst in potten opgekweekt, dan zijn ze klaar om buiten te planten zodra de wortels de pot hebben gevuld. Plant ze zo’n 20 cm uit elkaar en geef ze flink water na het uitplanten.
Tuinbonen verzorgen
Dek het net ingezaaide gebied af met een net om de zaden te beschermen tegen vogels en eekhoorns. Afhankelijk van het weer en de grond verschijnen de zaailingen na een paar weken.
Geef regelmatig water zodra je bloemen ziet verschijnen en schoffel tussen de rijen om onkruid weg te houden. Knijp de groeipunten uit de planten zodra de eerste bloemen opengaan. Dit helpt namelijk om een aanval van zwarte bonenluis te voorkomen.
Hogere tuinboonrassen hebben ondersteuning nodig van bamboestokken en touw. Plaats stevige stokken aan het einde van elke rij en span hier op elke 30 cm hoogte touw omheen om de planten te steunen. Zorg ervoor dat je deze steunen al plaatst als de planten nog klein zijn.
Tuinbonen oogsten

Wil je tuinbonen in hun geheel met peul en al eten? Oogst ze dan heel jong (wanneer ze ongeveer 6 cm lang zijn), voordat ze de kans krijgen om taai of bitter te worden. Wil je de bonen doppen en zonder peul eten, wacht dan iets langer tot je duidelijk ziet dat de peulen bol staan van de bonen.
Laat de planten na de oogst zo lang mogelijk in de grond staan. Net als andere vlinderbloemigen hebben tuinbonen stikstofbindende bacteriën in de knobbeltjes op hun wortelsysteem. Deze geven het stikstofgehalte in de grond een flinke boost. De gewassen die je het jaar daarop op deze plek kweekt, zullen daar volop de vruchten van plukken.
Tuinbonen bewaren en gebruiken
Kook tuinbonen het liefst zo vers mogelijk. Wil je ze invriezen? Blancheer ze dan eerst drie minuten in kokend water en dompel ze daarna direct onder in een kom met koud water om het kookproces te stoppen.
Verse, jonge peulen kun je in hun geheel eten, net als peultjes. Laat je de bonen in de peul rijpen, dan dop je ze voor verder gebruik in de keuken.
Leestip! In de Gardeners’ World-speciale uitgave ‘Van tuin naar tafel‘ vind je een heerlijk recept van crostini met gekruide tuinbonen-fetapuree met asperges. Bekijk nog veel meer kweektips en recepten in dit dubbeldikke magazine.
Van tuin naar tafel
De beste kweektips en meer dan 50 recepten! € 12.99
- Onze beste tips voor jaarrond koken uit eigen tuin
- Van terras tot volkstuin: moestuinieren kan overal!
- Met recepten van bekende Nederlandse en Vlaamse chefs
Problemen bij tuinbonen
Zwarte luis (zwarte bonenluis)

Zwarte bonenluizen vermenigvuldigen zich in het voorjaar razendsnel in dichte kolonies op de zachte, jonge scheuttoppen. Ze kunnen de groei van je plant flink belemmeren. Knijp de zachte scheuttoppen uit de plant zodra de eerste bloemen verschijnen, dit vermindert het probleem aanzienlijk.
Erwten- en bonensnuitkever
Erwten- en bonensnuitkevers zijn vervelend, maar vormen zelden een groot probleem in de moestuin. De larven leven in de grond en voeden zich met de wortelknobbeltjes. Wanneer de volwassen kevers in juni en juli tevoorschijn komen, klimmen ze in de planten en eten ze van de bladranden. Gelukkig veroorzaken deze 4 mm lange, bruine kevertjes met hun snuitje zelden ernstige schade. De planten overleven het vrijwel altijd, tenzij ze nog erg klein zijn en zwaar worden aangetast. Pluk kevertjes die je ziet gewoon met de hand van de plant.
Chocoladevlekkenziekte
Deze schimmelziekte veroorzaakt roodbruine vlekken over de hele plant. Het komt vooral voor bij planten die in het najaar zijn gezaaid, tijdens vochtig en warm weer, of bij planten die te dicht op elkaar staan. Het kan leiden tot het verlies van bloemen (en dus bonen) en kan de hele plant doen instorten. Probeer de luchtcirculatie rond de planten te maximaliseren en verwijder onkruid. Gooi aangetast materiaal bij het restafval of verbrand het. Gooi het in ieder geval nooit op de composthoop. Bewaar ook geen zaad van aangetaste planten.
Mooie soorten tuinbonen om te kweken
Tuinboon ‘Aquadulce Claudia’ – een zeer winterharde soort, en daarmee de beste keuze om in het najaar te zaaien. Krijgt lange, slanke peulen en witte bonen. Hoogte x breedte: 1 m x 45 cm.
Tuinboon ‘Crimson Flowered’ – een historisch ras met zeer aantrekkelijke, karmozijnrode bloemen, gevolgd door korte, rechtopstaande peulen. Kan in de vollegrond of in een pot worden gekweekt. Hoogte x breedte: 90 cm x 45 cm.
Tuinboon ‘Bunyard’s Exhibition’ – zoet en subtiel van smaak, met een zachte textuur. Hoogte x breedte: 1,2 m x 45 cm.
Tuinboon ‘Masterpiece Green Longpod’ – heeft een zoete, nootachtige smaak en geeft een hoge opbrengst. Hoogte x breedte: 90 cm x 45 cm.
Tuinboon ‘Stereo’ – de bonen hebben een zacht velletje en zijn heerlijk om als peultjes te eten als je ze jong plukt. Hoogte x breedte: 1,2 m x 45 cm.
Tuinboon ‘The Sutton’ – een dwergsoort, dus een goede optie als je weinig ruimte hebt of in potten kweekt. Hoogte x breedte: 30 cm x 30 cm.
Tuinboon ‘Witkiem Manita’ – een soort die je vroeg kunt oogsten, met grote, goed gevulde peulen. Hoogte x breedte: 1 m x 45 cm.


